Pensioenoptimalisatie middels inkoop van extra dienstjaren
Een onderneming heeft de mogelijkheid om voor zijn werknemers een pensioenregeling op te zetten. Deze pensioenregeling moet dan vervolgens voldoen aan de bepalingen van zowel de Pensioenwet als de Wet Loonbelasting. Een onderneming kan aan zijn directeur-grootaandeelhouder (DGA) ook een pensioentoezegging doen. Indien de DGA voor minimaal 10% aandeelhouder is, hoeft deze pensioenregeling slechts te voldoen aan de bepalingen van de Wet Loonbelasting. Hierdoor is het mogelijk om de pensioenregeling binnen de eigen onderneming op te bouwen. We spreken dan van een pensioenregeling in eigen beheer.
Bij het bepalen van de hoogte van het op te bouwen pensioenrecht hebben we te maken met het aantal dienstjaren dat de DGA bij zijn onderneming kan doorbrengen. In de praktijk beginnen DGA’s pas op wat latere leeftijd aan een eigen onderneming waardoor het maximaal te behalen aantal dienstjaren beperkt is. De pensioenopbouw bij de eigen onderneming is dan ook vaak beperkt. Indien in de periode voorafgaand aan de eigen onderneming geen of weinig pensioenrechten zijn opgebouwd, is het totale pensioenplaatje van de DGA niet erg rooskleurig. De inkoop van extra dienstjaren in de pensioenregeling kan dan een oplossing bieden.
Indien er in het verleden bij andere werkgevers een dienstverband is geweest waarbij geen of weinig pensioenrechten zijn opgebouwd ten opzichte van de huidige opbouwmogelijkheden dan is er sprake van een pensioentekort. Bij een dienstverband van voor 08 juli 1994 is zelfs geen enkele pensioenopbouw vereist om te kunnen spreken van een pensioentekort. Vanaf 08 juli 1994 is enige pensioenopbouw tijdens het dienstverband wel vereist. Door de opgebouwde pensioenrechten af te zetten tegen de huidige opbouwmogelijkheden kan bepaald worden hoeveel extra dienstjaren in de huidige pensioenregeling zijn in te kopen en hoeveel aanvullend pensioen dit kan opleveren.
Wat een punt van aandacht is bij het bepalen van het aantal extra dienstjaren dat ingekocht gaat worden is de vraag of de inkoop wel een fiscaal voordeel oplevert? De aanvullend verschuldigde pensioenpremie vormt voor de onderneming een bedrijfslast en levert zo dus een fiscaal voordeel op. Het extra pensioenrecht is in de uitkeringsfase belast en levert dan dus weer een fiscaal nadeel op. Bezien moet worden of het fiscale voordeel in de opbouwfase opweegt tegen het fiscale nadeel in de uitkeringsfase.
Een tweede punt van aandacht is de vraag of het toekennen van extra pensioenrechten aan de DGA wel zakelijk is. Deze vraag is onlangs door de rechtbank Haarlem ontkennend beantwoord met als gevolg dat de gehele inkoop werd aangemerkt als uitdeling aan de DGA met alle ongewenste fiscale gevolgen van dien.
Inkoop van extra dienstjaren is voor veel DGA’s de mogelijkheid om hun pensioeninkomen te optimaliseren. Of dit zo is en in welke mate de inkoop nog zakelijk is, zal wel vooraf goed bepaald dienen te worden om (fiscale) teleurstellingen te voorkomen.
Paul van Ravenzwaaij MPLA
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.







