De belegging van een stamrecht BV: oppassen geblazen
In de praktijk komt het regelmatig voor dat een ontslagen werknemer voor de verkregen ontslagvergoeding een stamrecht BV opricht. Veel gehoorde redenen voor een eigen stamrecht BV zijn de kosten die een verzekeraar in rekening brengt en het gegeven dat de DGA dan zelf kan bepalen waarin het geld belegd gaat worden. Onlangs heeft de rechtbank Haarlem een uitspraak gedaan wat deze laatste reden in een ander daglicht zet.Een werknemer die een ontslagvergoeding ontvangt, kan deze of ineens genieten of omzetten in een periodieke uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon. De ontslagvergoeding wordt dan niet belast maar de periodieke uitkeringen worden, te zijner tijd, belast. De periodieke uitkering moet aan een aantal fiscale voorwaarden voldoen en de vraag of de gehele ontslagvergoeding hierin kan worden omgezet, zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de handreiking gederfd en te derven loon van 7 december 2010. Als uitvoerder voor de periodieke uitkering kunnen optreden een professionele verzekeraar, een kredietinstelling of een BV (vaak genoemd stamrecht BV).
Indien gekozen wordt voor de onderbrenging bij een BV kan deze de belegging van de gelden naar eigen inzicht invullen. Er zal hierbij wel rekening gehouden moeten worden met de rendementsafspraken die met de DGA zijn aangegaan betreffende zijn periodieke uitkering.
In de casus die recent gespeeld heeft bij de rechtbank Haarlem had de stamrecht BV met de ontslagvergoeding een woonhuis in Spanje aangekocht dat voorheen eigendom was van de DGA. Naar het oordeel van de belastingdienst en de rechtbank lag de koopsom zodanig boven de waarde van de woning dat het overschot werd aangemerkt als uitdeling van winst door de BV aan de aandeelhouder.
Een tweede deel van de casus, iets wat mijn inziens toch regelmatig voorkomt, was de vraag of de BV de woning nu als belegging had aangeschaft of slechts om ter beschikking te houden voor de DGA?
Doordat de woning nooit daadwerkelijk verhuurd is geweest en aan de DGA geen huur werd berekend, maakte de casus van de belastingdienst al aardig sterk. Het feit dat de kosten van de woning aanzienlijk hoger lager dan de volgens de DGA te realiseren huurinkomsten in combinatie met de stagnerende waardeontwikkeling van het onroerend goed in Spanje maakte al snel dat de aanschaf van de woning door de stamrecht BV niet als belegging werd aangemerkt.
Het gevolg van deze conclusie is dat de DGA jaarlijks een bevoordeling als aandeelhouder geniet welke wordt gesteld op 4,4% van de door de stamrecht BV gedane investering in de woning, vermeerderd met de afschrijvingskosten.
De uitspraak bevestigd maar weer dat de stamrecht BV de verplichting heeft om de ontvangen ontslagvergoeding te belegging in het belang van de toegezegde periodieke uitkering en niet in het belang van de DGA privé.
Paul van Ravenzwaaij MPLA
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.







