Opzetten pensioenregeling Wijzigen pensioenregeling Verlengen pensioenregeling Berekening pensioenverplichting


Deel dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN op LinkedIn  Deel dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN op Facebook Twitter dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN Email dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN schrijf u in voor het nieuws van JAN© pensioenadviseurs

De soap omtrent de belastbaarheid van Oud regime lijfrentepolissen

Kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule welke zijn afgesloten voor 1992 vallen, onder voorwaarden, nog steeds onder de fiscale regels zoals deze golden ten tijde van het afsluiten van de verzekering. In de pers zijn  de laatste tijd diverse publicaties geweest over de belastbaarheid van de lijfrentetermijnen uit deze verzekeringen. Ten aanzien hiervan heeft de staatssecretaris onlangs een besluit gepubliceerd.

Binnen de fiscale wetgeving van voor 1992 werden betaalde lijfrentepremies afgetrokken bij de echtgenoot met het hoogste persoonlijke inkomen. Indien de lijfrentetermijnen binnen een huwelijk toekwamen aan de echtgenoot die niet de aftrek had genoten, werden de termijnen alsnog belast bij de echtgenoot met het hoogste persoonlijke inkomen (artikel 69 WIB). Dit om vermogensoverheveling te voorkomen.

Bij de invoering van de nieuwe fiscale regels in 1992 is er een volledige eerbiedigende werking gegeven aan de lopende verzekeringen. Ook bestond de mogelijkheid om te opteren voor de nieuwe, strengere, fiscale regels. Ook bij de invoering van de Wet IB 2001 is aandacht besteed aan deze Oud regime lijfrenteverzekeringen. De strekking van de overgangsbepaling was ook nu weer dat alle oude wetsartikelen op deze verzekeringen van toepassing bleven. Dus ook artikel 69!

In de praktijk was er natuurlijk de behoefte om de lijfrentetermijnen te laten toekomen aan de echtgenoot met het laagste pensioeninkomen. Hierdoor was de belastingdruk op de lijfrentetermijnen vaak aanzienlijk lager dan het fiscale voordeel dat was genoten op de premiebetaling. Er werd met regelmaat door diverse adviseurs gesuggereerd dat het genoemde artikel 69 bij de invoering van de Wet IB 2001 zijn werking verloren had.

Bij de invoering van de mogelijkheid in 2008 om lijfrenteconstructies ook bij een bankinstelling onder te brengen, is wederom aandacht besteed aan de oud regime lijfrenteverzekeringen. Door deze over te zetten naar een bankspaarproduct zou het oude fiscale regime verloren gaan. Dit was voor diverse partijen de aanleiding om aan te nemen dat hiermee dus kon worden ontkomen aan artikel 69. Er moest dan wel een aanpassing plaatsvinden in de begunstiging van de lijfrenteverzekering voordat deze tot uitkering was gekomen.       

Naar aanleiding van een specifieke casus waarin de oud regime lijfrenteverzekering was overgezet naar een bankspaarproduct op naam van de echtgenoot met het laagste pensioeninkomen heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat hiermee het beoogde resultaat werd bereikt. Dit leverde direct de nodige publicaties en standpunten op.

Omdat het ingenomen standpunt naar de mening van de staatssecretaris haaks staat op de wetsgeschiedenis wordt in het besluit van 19 augustus het ingenomen standpunt ingetrokken. Er wordt in het besluit gewoon nog werking toegedicht aan het oude artikel 69.

Voor een ieder die op basis van het ingenomen standpunt voor de publicatie van het besluit de begunstiging van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule heeft gewijzigd naar de minst verdienende echtgenoot wordt eerbiedigende werking gegeven aan het door de belastingdienst ingenomen standpunt. Dit op basis van het opgewekte vertrouwen. De situatie zal dan wel voor 01 januari 2012 aan de bevoegde inspecteur moeten worden gemeld.

Het door de staatssecretaris gepubliceerde besluit is in lijn met de recente uitspraak van Hof Amsterdam. Wel lijkt het erop dat een en ander niet is gebaseerd op de wettekst zelf maar op een redelijke wetstoepassing.  De eis dat de constructie aan de belastingdienst moet worden gemeld voor 01 januari 2012 zal bij een geschil geen stand houden. De feitelijke situatie zal uiteindelijk bepalend zijn.  

 

Paul van Ravenzwaaij MPLA

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 
pensioenadviseurs voetregel