Redelijke termijn voor onderbrenging stamrechtkapitaal
Werkgevers kennen bij ontslag vaak een ontslagvergoeding toe die bestemd is voor de aankoop van een periodieke uitkering wegens te derven loon (stamrecht) en hierbij speelt dan de vraag wat een redelijke termijn is voor de werknemer om zich te oriënteren op zijn mogelijkheden.
In het Vraag & Antwoord van 28 november 2011 geeft de belastingdienst aan dat een redelijke termijn hierbij gesteld kan worden op 6 maanden. De ontslagvergoeding moet derhalve binnen 6 maanden na de toekenning zijn omgezet in een stamrecht dat voldoet aan de wettelijke eisen.
Gedurende de redelijke termijn kan de ontslagvergoeding in eigen beheer worden gehouden bij de ex-werkgever, worden gestort op een geblokkeerde rekening bij een toegelaten stamrechtverzekeraar of toegelaten bank, of worden gestald op een geblokkeerde rekening van een advocaat of notaris. Een eventueel gerealiseerd rendement tijdens de redelijke termijn maakt vervolgens onderdeel uit van het te bedingen stamrecht en mag dus niet aan de werknemer worden uitgekeerd.
Indien de ontslagvergoeding niet binnen de redelijke termijn is omgezet in een stamrecht zal de werknemer tegenover de inspecteur aannemelijk moeten maken dat in zijn geval de redelijke termijn nog niet is verstreken of de aanspraak is onzuiver geworden en zal belast worden naar de waarde in het economische verkeer.
Paul van Ravenzwaaij
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.







