Opzetten pensioenregeling Wijzigen pensioenregeling Verlengen pensioenregeling Berekening pensioenverplichting


Deel dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN op LinkedIn  Deel dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN op Facebook Twitter dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN Email dit nieuws van de pensioenadviseurs van JAN schrijf u in voor het nieuws van JAN© pensioenadviseurs

Vrijstelling van de verplichtstelling BPF een interessante optie?

In Nederland bouwen ongeveer 80% van de werknemers hun pensioen op bij een Bedrijfstakpensioenfonds. Dit op grond van het gegeven dat de werkgever verplicht aangesloten is bij een BPF op basis van de Wet verplichte deelneming in een Bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF). De Wet BPF kent ook de mogelijkheid van vrijstelling van de verplichte deelname aan de pensioenregeling van het BPF. Mogelijk is dit voor u een interessante optie.

Omdat de Wet BPF uitgaat van een verplichte deelname kent de Wet BPF ook een Vrijstellingsbesluit waarin een aantal mogelijkheden voor dispensatie zijn vastgelegd. Het gaat dan om de volgende situatie:

- vrijstelling op basis van bestaande eigen pensioenregeling;
- vrijstelling in verband met groepsvorming;
- vrijstelling in verband met eigen CAO;
- vrijstelling in verband met onvoldoende beleggingsrendement;


De eerste vorm van vrijstelling geldt enkel bij de aanvang van de verplichte deelname door de werkgever. Indien de werkgever al minimaal 6 maanden een eigen pensioenregeling heeft, zal het BPF vrijstelling verlenen voor de verplichte deelname. Dit kan zich feitelijk slechts voordoen in de situatie dat de werkgever door wijziging van de bedrijfsactiviteit onder de verplichtstelling van het BPF komt te vallen of er sprake is van een uitbreiding van de verplichtstelling van een bestaand BPF waardoor de werkgever onder de werkingsfeer van het BPF komt te vallen.

De laatste mogelijkheid van vrijstelling is een situatie die jaarlijks opnieuw ontstaat. Een BPF is namelijk verplicht om jaarlijks een performancetoets uit te voeren over een periode van 5 jaar waarin het feitelijk behaalde beleggingsrendement van het BPF wordt vergeleken met het beleggingsrendement van de door het BPF vastgestelde normportefeuille. Indien de performancetoets, na correctie, negatief is, is het BPF verplicht om aan werkgevers die hierom verzoeken vrijstelling te verlenen voor de verplichte deelname.

Het vrijstellingsbesluit schrijft voor dat het BPF aan de vrijstelling wel de voorwaarde verbindt dat de werkgever een andere pensioenvoorziening sluit voor zijn werknemers die ten minste actuarieel gezien gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van het BPF. Verder biedt het vrijstellingbesluit aan het BPF de mogelijkheid om een compensatie te verlangen voor het verzekeringstechnische nadeel dat het BPF heeft van de vrijstelling. Dit gegeven speelt voornamelijk bij werkgevers met een jong personeelsbestand.

>Om de vraag uit de aanhef te kunnen beantwoorden zal dus eerst nagegaan moeten worden of uw pensioenfonds vrijstelling moet verlenen in verband met onvoldoende beleggingsrendement (geldt op dit moment voor 6 pensioenfondsen), wat de mogelijkheden zijn om een vergelijkbare pensioenregeling bij een verzekeringsmaatschappij onder te brengen en wat hiervan de premiegevolgen zijn en of het BPF een vergoeding vraagt voor het verzekeringstechnische nadeel. Pas als dit allemaal goed in beeld is gebracht, kan de vraag beantwoord worden en weet u of u een verzoek tot vrijstelling bij het BPF moet indienen.

Paul van Ravenzwaaij MPLA

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 
pensioenadviseurs voetregel